GIS-Magazine

GIS-Magazine is een vaktijdschrift voor en door geo-professionals. Het tijdschrift GIS-Magazine is onafhankelijk.

GIS-Magazine is een vaktijdschrift over geo-ICT met een praktische insteek. De wereld van de digitale kaart begint bij het inwinnen van ruimtelijke gegevens door een landmeter en eindigt bij ontsluiting via intra- of internet. GIS-Magazine verschijnt acht keer per jaar in Nederland en België.

Waar gaat GIS-Magazine over?

GIS-Magazine wil laten zien hoe geografische informatie zijn weg vindt naar de (eind-)gebruiker. GIS (Geografische Informatie Systemen) is meer en meer onderdeel van een groter geheel. Overheidsinstanties, maar ook het bedrijfsleven doen in toenemende mate hun voordeel met kaartgebaseerde ICT-oplossingen. Google Earth, (3-D) visualisatie en virtual reality, het zijn allemaal ontwikkelingen die impact hebben op het denken en doen van de geo-informaticus. Digitale terreinmodellen, mobiele toepassingen, Location Based Services en GPS-innovatie beïnvloeden doorlopend het werkproces.

“Ontwikkelingen in Ruimtelijke Informatie en Geo-ICT” 

Boekrecensies GIS-Magazine

Artikelen in het tijdschrift komen van professionals uit het veld. Daarnaast schrijft hoofdredacteur Remco Takken zelf regelmatig. Onderstaande boekrecensies zijn verschenen in GIS-Magazine.

*NIEUW* | Breng je team in kaart | Talent Dynamics

Door Remco Takken, GIS-Magazine

Juni 2018 – jaargang 16

 

“‘Breng Je Team In Kaart’ is een echt managementboek. Moet zoiets worden besproken in GIS-Magazine? Eerlijk is eerlijk, ondergetekende leest nóóit managementboeken, dus een eerlijk vergelijk is niet te maken. Wellicht is het zo dat je gewoon beter een boek kunt kiezen dat is geschreven door iemand die affiniteit heeft met je vakgebied. Dat heeft Roosmarijn Haring absoluut.”

GIS-Magazine: boekrecensies die eerder zijn verschenen

De Geodriehoek

Door Remco Takken, GIS-Magazine

Maart 2017 – jaargang 15

Misverstand 1: ik hoef niet zichtbaar te zijn. Misverstand 2: onze kaarten zijn te vinden. Misverstand 3: we weten wel wie onze gebruikers zijn. Roosmarijn Haring van Geodomein komt ze maar al te vaak tegen.

In het e-boekje ‘De Geodriehoek’ laat Roosmarijn Haring in zestien pagina’s de mogelijkheden zien die geo-informatie kan bieden bij het oplossen van verschillende vraagstukken. De methode wil inzicht bieden in hoe je jezelf op de kaart kunt zetten. En hoe je kaarten, data of geo-informatie-producten of -diensten vindbaar kunt maken.

Verder geeft het handvatten hoe de geo-afdeling zijn gebruikers kan leren kennen en hen óók enthousiast maken voor de mogelijkheden. Want wij, onze directe collega’s, vakgenoten, de lezers van GIS-Magazine, onze leraren, de bedrijven waar we vroeger werkten, die snappen het al. Die kennen elkaar. Die weten hoe ze moeten zoeken, bij wie ze moeten aankloppen met een vraag. Voor de meeste van de mensen in onze organisatie geldt dat echter helaas (nog) niet.

De Geodriehoek-methode

De Geodriehoek is niet alleen de titel van het e-book, het is ook een methode, een strategie waarmee teams succesvol kunnen worden. “Het model is nooit af en verfijnt zich nog iedere keer”, aldus Haring. De geodriehoek bestaat uit drie zijden. 1) Zet jezelf op de kaart. Hoe kan je je team en je product verkopen als je zelf niet zichtbaar durft te zijn? 2) Deel je kaarten. Met je producten en diensten zien je potentiële gebruikers wat de geo-afdeling hen kan bieden. 3) Ken je gebruikers, want pas als je je doelgroepen écht kent, dan kun je hen tevreden maken.

De Geodriehoek is niet alleen de titel van het e-book,
het is ook een methode, een strategie waarmee
teams succesvol kunnen worden.

Wat is je kerntaak?

Een van de opvallendste zaken die aan het licht komen in dit e-book, is dat ‘reclame maken’, ‘jezelf verkopen’ of ‘in de spotlights zetten’, helemaal geen extraverte handelingen hoeven zijn die tegen je persoonlijkheid of karakter indruisen. Om een nieuwe gebruikersgroep te benaderen zijn er twee specifieke vaardigheden die handig zijn volgens De Geodriehoek: aandacht en verkopen. Dat eerste punt bevat een moment van stilte: luisteren naar een ander en observeren.

Je kunt bijvoorbeeld gewoon bij een bijeenkomst van de betreffende doelgroep gaan zitten. Niet om actief mee te doen, maar om te observeren wat er gebeurt. Wat hebben zij nodig? Zonder hoog van de toren te blazen, kom je al snel veel te weten. Het ‘moeten’ verkopen van ‘jezelf’, je dienst of product heeft voor velen een negatieve associatie. Datzelfde geldt voor het woord ‘klant’. In De Geodriehoek lezen we: “Het is niets meer of minder dan in verbinding komen met de ander en diens professionele uitdagingen en daar oplossingen voor aandragen. Wellicht is dat nou net één van je kerntaken?”

Vertel wat je weet

Natuurlijk komt er een moment dat iemand uit zijn of haar comfortzone moet stappen om aan zet te blijven. Haring wijst dan razendsnel op de inhoudelijke kwaliteiten van geoprofessionals: vertel gewoon wat je weet, of vink je specialiteit aan in de online kennisbank. Dat is niet geheel toevallig óók een initiatief van Geodomein. Zorgen dat een afdeling én haar medewerkers goed bereikbaar zijn, is op die manier op te vatten als het onderhouden van een infrastructuur die gebruikers op weg helpt naar bruikbare kaarten, visualisaties en analyses.

De in De Geodriehoek aangedragen voorbeelden zijn, wanneer je ze beschrijft of ‘in de groep gooit’ soms te gek voor woorden. Tegelijkertijd is het de dagelijkse praktijk in veel organisaties. Soms zijn kaarten bijvoorbeeld op zich wel toegankelijk voor externen, maar totaal onvindbaar op een website. De maker heeft dit zelf niet altijd meteen in de gaten. Zelf weet hij of zij de kaarten immers prima te vinden. Het interne ‘kruimelpad’ is bekend, maar bij wie?

Of lees hier het artikel in het digitale tijdschrift

Zichtbaar in het geodomein

door Remco Takken, GIS-Magazine

September 2015 – jaargang 13

Het is een bekend fenomeen: de onzichtbaarheid en het gebrek aan waardering van, vooral, technische ingenieursdiensten, waaronder we voor het gemak ook maar even de geo-ICT scharen. Fysisch geograaf Roosmarijn Haring vatte de koe bij de horens en schreef een boek vol tips.

Natuurlijk is nadelige onzichtbaarheid niet uniek voor de technische sector. Wie herinnert zich niet de uitspraak in 2005 ‘als we het nu maar beter uitleggen’, waarop er in een referendum een krachtig Nee kwam tegen de Europese grondwet. Communicatie is een vak apart. Roosmarijn Haring wil met haar e-boek ‘Zichtbaar in het geodomein’ laten zien ‘wat je te doen staat als je als (geo) afdeling meer wilt betekenen voor de organisatie waar je bij werkt’. Het boek bestaat uit tien stappen.

In het eerste deel, ‘Zichtbaar in schrift’: 1. Maak een missie en visie, 2. Maak een plan, 3. Schrijf een persbericht, 4. Schrijf een artikel, 5. Deel je kaarten. Vervolgens komt in deel twee aan de orde de ‘zichtbaarheid in beeld’: 6. Pitch je product of dienst, 7. Maak een presentatie, 8. Reageer via sociale media, 9. Maak een video, 10. Organiseer een evenement.

In het eerste deel belicht Haring onder meer de stelling dat communicatieplan vaak een ondergeschoven kindje is bij inhoudelijk specialisten. Ze stelt: “Een communicatiedoel is altijd een afgeleide van de doelstelling van een (verander)project. Beter gezegd: wát je ook wilt realiseren in het geodomein: realiseer je dat het eigenlijk altijd een verandering betreft”. Ze legt het belang uit van het tijdig beginnen met het opstellen van een communicatieplan. Belanghebbenden kunnen immers ook via andere kanalen geïnformeerd worden. “Zeker bij belangen die personen raken kunnen en zullen zij zich achtergesteld of genegeerd voelen: een voedingsbodem voor wantrouwen en tegenstand; onnodig. Zonde van de energie”.

Het gedeelte waarin het delen van kaarten wordt besproken is bijzonder interessant. Haring stelt: “Toen ik bij een watergerelateerde organisatie werd uitgenodigd om te praten over hun GIS-productlijn vond ik op hun hele website slechts één kaartje. Het betrof een Google Maps-kaart waarop de waterhardheid stond aangegeven. Zonde, want deze organisatie heeft een schat aan informatie verwerkt in allerlei GIS-systemen… Dat is op dit moment helemaal niet zichtbaar. Helaas is dit geen uitzondering. Ik tref dit soort situaties regelmatig bij organisaties aan, zeker ook bij provincies en gemeenten.”

Bij het tweede deel van het boek, Zichtbaar In Beeld, zou je verwachten dat cartografisch, en dus visueel ingestelde mensen in het voordeel zouden zijn. Mis! Roosmarijn Haring legt uit hoe belangrijk het is om rond te lopen met een ‘elevator pitch’ in je hoofd, een korte, enthousiaste samenvatting van je plan of project. Ook het geven van een leuke presentatie zit niet automatisch bij iedereen in de genen.

Zichtbaar in het Geodomein kent een stevige opbouw, die gaat van klein (‘maak een plan’) naar groot (‘organiseer een evenement’). De allerlaatste alinea van het boek vat het geleerde samen, de schrijver past het immers zelf toe: “Duizelt het je, heb je geen tijd om je het zelf allemaal te doen en heb je hulp nodig bij het zichtbaar zijn in het geodomein? Neem dan contact op met geodomein of check de website voor het aanbod in trainingen en quickscans”. En zo is de volgende stap om je zichtbaarheid te vergroten in het geodomein onbesproken gebleven: schrijf een boek.